Eric Timmer (60) is BLCN-leefstijlcoach en gediplomeerd vitaliteitscoach bij Praktijk Linea Recta in Vaassen en Twello, een praktijk die hij in 2020 startte en waarvan hij eigenaar is. Hij begeleidt circa 250 volwassenen op de oostelijke Veluwe die willen werken aan duurzame gedragsverandering op het gebied van leefstijl, gezondheid en vitaliteit. Dat doet hij binnen het CooL-programma. Zijn achtergrond bestaat uit diverse coachopleidingen: Mental Coach, Stress- en Burn-outcoach, Slaapcoach, Beweegcoach, Vernieuwend Coach, Hormooncoach, Vitaliteitscoach, Leefstijlcoach, HBO Sportpsycholoog, HBO Medische Basiskennis, NLP Practitioner en ACT-Basistraining. Door die brede basis kan hij deelnemers vanuit meerdere paramedische en mentale invalshoeken begeleiden. Na 28 jaar als IT’er maakte Eric op zijn 54e een totale carrièreswitch.
Je hebt inmiddels veel ervaring met CooL. Hoe bepaal jij welke deelnemers goed bij jou en jouw manier van begeleiden passen?
“Voor mij draait het bij deelnemers om motivatie, realisme en bereidheid tot zelfreflectie. Ik werk het liefst met deelnemers die goed coachbaar zijn. Dat wil zeggen dat ze willen luisteren naar mij en bereid zijn om kritisch naar zichzelf te kijken. Ze snappen dat veranderingen tijd kosten en met kleine stapjes en ups en downs plaatsvinden. Ze willen de regie weer terug hebben over hun leven en begrijpen dat daarvoor energiebalans tussen levensgebieden nodig is. En ze hebben baat bij een coach die ze warm, zakelijk en, wanneer nodig, confronterend begeleidt. Daarnaast merk ik dat deelnemers die behoefte hebben aan structuur, helderheid en concrete handvatten goed bij mij passen. Dat zegt ook veel over mijzelf als persoon.”
Zijn er ook deelnemers waarvan je bewust zegt: deze persoon past beter bij een andere coach of ander aanbod? Hoe maak je die afweging?
“Ja, absoluut. Ik vind het belangrijk dat iemand de juiste plek krijgt. Soms zie ik dat een deelnemer beter past bij iemand die meer werkt vanuit een therapeutische invalshoek, of juist iemand die meer nadruk legt op sport en beweging. Als ik merk dat iemand bijvoorbeeld intensievere psychologische begeleiding nodig heeft, dan verwijs ik terug naar de huisartsenpraktijk. Het gebeurt in de praktijk zelden dat ik besluit om het traject te stoppen na de intake. In de praktijk blijken deelnemers met hogere BMI’s en met complexere aandoeningen goed bij mij te passen. Dat zal zonder meer samenhangen met mijn stijgende ervaring en expertise.”
Waarom is het volgens jou belangrijk om als coach duidelijke keuzes te maken in wie je wel en niet begeleidt?
“Omdat coaching alleen werkt als er een match is tussen twee mensen. Ik moet verbinding voelen en bij de deelnemer moet er vertrouwen zijn in mij. Het CooL-programma is een lang traject. Als coach moet je het gevoel hebben dat je kunt doen waar je goed in bent, en voor de deelnemers aan CooL geldt dat ze zich veilig en gehoord voelen. Is die match niet goed, dan zie je dat terug in de behaalde resultaten van het traject, in mijn eigen werkplezier en in tussentijdse uitval. De tussentijdse uitval is in de loop van de jaren minder geworden. Dat is een goed teken. Als coach kun je juist in het tweede jaar van begeleiding voor de deelnemer het verschil maken.”
Je hebt goed contact met een aantal verwijzers. Hoe zorg je ervoor dat zij weten welke deelnemers goed bij jou passen, en wat levert die samenwerking op?
“Ik investeer in persoonlijk contact met huisartsen en praktijkondersteuners. Ze weten hoe ik werk en weten inmiddels welke deelnemers in het CooL-programma passen en wat zij van mij kunnen verwachten qua resultaten en qua aanpak. Door die helderheid weten verwijzers precies wie ze kunnen sturen. Dat levert veel op. Denk aan betere doorverwijzingen, deelnemers die niet ‘gestuurd’ worden, maar echt gemotiveerd starten, en korte communicatielijnen naar de huisartsenpraktijken bij vragen of bijzonderheden.”
Je ziet werken met CooL als een combinatie van coachen en ondernemerschap. Wat bedoel je daarmee en welke rol speelt het kiezen van je doelgroep daarin?
“Als CooL-aanbieder met een eigen praktijk ben je niet alleen coach, maar ook ondernemer. Je bouwt aan een praktijk, een reputatie en een netwerk van mensen die je ondersteunen, bijvoorbeeld administratief, fiscaal en op het gebied van IT. Groei van een praktijk bereik je vooral door zelf datgene te doen waar je heel erg goed in bent. Daar waar je kwaliteiten niet liggen, of daar waar je qua kosten en baten geen kostbare tijd in moet stoppen, moet je het vooral door anderen laten doen. Dat vraagt zelfkennis en lef. Juist dat is ondernemen. Door te werken met deelnemers die bij mij passen, blijft mijn praktijk gezond, professioneel en effectief. Ondernemerschap is niet harder werken, maar slimmer kiezen.”
Wat zou je startende CooL-coaches adviseren over het vinden van deelnemers die bij hen passen?
“Mijn belangrijkste advies: wees vanaf het begin duidelijk over wie jij bent als coach en ook als mens. Tegenover de deelnemer, maar ook tegenover jezelf. Een coach kan zich alleen bekwamen door veel vlieguren te maken en door veel levenservaring op te doen. Communiceer helder over je stijl en je aanpak. Dat voorkomt teleurstellingen aan beide kanten. Blijf jezelf ontwikkelen; goede scholing maakt je steviger in je keuzes. Investeer vooral ook in goede coachopleidingen waarin je leert op jezelf te reflecteren. Daarnaast begeleid ik zo af en toe startende CooL-coaches. Ik help hen bij het opbouwen van hun praktijk, het maken van keuzes en het ontwikkelen van hun identiteit als CooL-aanbieder. Voor coaches die behoefte hebben aan begeleiding en sparren, maak ik altijd tijd vrij.”
De ervaring van Eric laat zien hoe belangrijk het is om als CooL-coach niet alleen te kijken naar welke deelnemers je kúnt begeleiden, maar ook naar wie daadwerkelijk bij jou en jouw manier van coachen past. Duidelijkheid over je eigen stijl, investeren in relaties met verwijzers en blijven werken aan je ontwikkeling als coach én ondernemer spelen daarin voor hem een belangrijke rol.


