In dit interview spreken we met Rik Crutzen, professor in gedragsverandering en technologie aan de Universiteit Maastricht. Rik is betrokken bij het onderzoek naar gedragsverandering, gezondheidsbevordering en technologie, en deelt zijn visie op de rol van wetenschap en technologie in de gezondheidszorg, evenals zijn samenwerking met ELI en CooL-coaches.
Wie ben jij en wat is je relatie tot ELI/CooL?
“Ik ben Rik Crutzen, en ik werk bij de Universiteit Maastricht in de vakgroep Gezondheidsbevordering. Ik geef les over gedragsverandering en technologie, en ben betrokken bij verschillende onderzoeken, waaronder het onderzoek van Ester en Nicole. In brede zin werk ik op het snijvlak van gedrag en gezondheid, met een focus op preventie en interventies die de gezondheid verbeteren. Mijn relatie met ELI/CooL is via het onderzoek van Ester en Nicole, waarbij wij proberen wetenschappelijk inzicht te verkrijgen in interventies zoals CooL, die echt kunnen bijdragen aan gedragsverandering.”
Hoe ziet jouw werkdag eruit?
“Mijn werkdag is heel wisselend en altijd druk. Zoals de meeste mensen op de universiteit, heb ik een combinatie van onderwijs en onderzoek. Aan de onderwijskant geef ik colleges en zet ik vakken op. Aan de onderzoekszijde ben ik bezig van het begin tot het einde: van het bedenken van ideeën tot het binnenhalen van subsidies en het aansturen van onderzoekers die de projecten uitvoeren. Daarnaast werk ik veel samen met externe professionals en praktijkmensen, wat mij veel energie geeft. Het is altijd interessant om de wetenschappelijke benadering te combineren met de praktijkvraagstukken die echt spelen.”
Als professor gedragsverandering en technologie heb je de visie dat technologie vooral een hulpmiddel is bij gedragsverandering en niet een doel op zich. Welke rol heeft wetenschappelijk onderzoek bij gedragsverandering?
“Wetenschappelijk onderzoek speelt een cruciale rol bij gedragsverandering, omdat we willen begrijpen hoe gedrag in elkaar zit, wat wel werkt en wat niet werkt. Het helpt ons systematisch na te denken over hoe je gedragsverandering kunt aanpakken. Dat is wat we proberen over te brengen aan studenten en ook in ons onderzoek: hoe kun je dit proces effectief en op een methodische manier aanpakken? Het is een toegepaste wetenschap, en je zult bij ieder probleem en in elke context opnieuw moeten kijken hoe het het beste aan te pakken. Dat is wat ons vooral bezighoudt, hoe we theoretische kennis kunnen vertalen naar de praktijk – en vice versa.”
Welke waarde heeft het onderzoek naar CooL?
“Het onderzoek naar CooL heeft veel waarde, denk ik. Het leert ons wetenschappelijk veel over de problemen die er in de praktijk spelen. CooL is een nieuwe ontwikkeling in Nederland, maar ook wereldwijd. Er is geen land dat dit perfect geregeld heeft, dus we leren veel van deze casus. Anderzijds is het ook belangrijk dat er gedegen onderzoek naar wordt gedaan. Dit is niet zomaar een hobby, maar iets serieus dat zijn plek heeft in het zorglandschap. Dat onderzoek helpt bijvoorbeeld om in discussies met het RIVM of in bredere maatschappelijke of politieke contexten aan te tonen dat CooL een waardevolle interventie is.”
Hoe kunnen CooL-coaches bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek?
“CooL-coaches kunnen bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek door een signalerende functie te vervullen. Ze lopen tegen praktijkvraagstukken aan of zien dingen die goed gaan, en dat kan belangrijke input zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Ester en Nicole hebben bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar digitale ondersteuning, en dat kwam deels uit praktijkervaringen. Coaches kunnen ons vertellen wat wel en niet werkt, en dat is waardevolle informatie om verder onderzoek naar te doen. Het teruggeven van deze signalen is belangrijk, want daarmee kunnen we de volgende stap in het onderzoek zetten. Het hoeft niet altijd te betekenen dat coaches zelf het onderzoek doen, maar het is wel een manier om bij te dragen aan de wetenschappelijke vooruitgang.”
En andersom: hoe kunnen ze de resultaten uit deze onderzoeken inzetten in hun eigen werk?
“CooL-coaches kunnen de resultaten uit wetenschappelijk onderzoek inzetten in hun werk door tools te gebruiken die uit dat onderzoek voortkomen, of door bepaalde inzichten toe te passen in gesprekken met cliënten. Het gaat erom dat ze wetenschappelijke inzichten vertalen naar de praktijk, zodat ze deze kunnen gebruiken in hun coaching. Bijvoorbeeld, ze kunnen bepaalde dingen wel of niet bespreken op basis van wat uit het onderzoek blijkt. Het is niet altijd makkelijk, want de praktijk is vaak weerbarstig, maar het helpt om bij te blijven met de nieuwste wetenschappelijke inzichten, zodat coaches hun werk kunnen verbeteren en effectiever kunnen zijn.”
Rik Crutzen benadrukt het belang van samenwerking tussen wetenschap en praktijk, en de rol van CooL-coaches in het wetenschappelijk onderzoek naar gedragsverandering. Hij wijst erop dat technologie en wetenschappelijke inzichten waardevolle hulpmiddelen kunnen zijn in de praktijk van de coaches, maar dat de combinatie met menselijke expertise en de juiste context essentieel blijft voor duurzame gedragsverandering.


