Nicolette Moes is projectleider leefstijl bij GGZ Drenthe. Jorinde Fransen werkt als fysiotherapeut en CooL-leefstijlcoach bij Fysio Fransen in Emmen. Beiden zijn nauw betrokken bij de GGZ CooL-pilot ‘LIVES’ in Drenthe. In dit interview delen zij hun ervaringen en inzichten over het werken met mensen met psychische klachten binnen een aangepaste CooL-variant.
Wie ben je en wat is je rol in de GGZ CooL-pilot?
Nicolette: “Ik werk als leefstijlcoach en als projectleider leefstijl bij GGZ Drenthe. Een aantal jaar geleden hebben we binnen GGZ Drenthe en in samenwerking met Expertisecentrum Leefstijlinterventies de GLI LEEF! ontwikkeld. Deze is grotendeels gebaseerd op CooL en wetenschappelijk onderzocht. In samenwerking met het UMCG, afdeling Huisartsgeneeskunde, hebben we deze GLI ook geïntroduceerd in de huisartsenpraktijk, opnieuw gekoppeld aan wetenschappelijk onderzoek.”
Jorinde: “Ik werk als fysiotherapeut en daarnaast als leefstijlcoach. Binnen deze pilot begeleid ik de groepen. Voorafgaand aan mijn eerste groep heb ik samen met Nicolette een groep gevolgd, omdat zij veel ervaring heeft binnen de GGZ. Zij werkt met mensen met zwaardere psychische problematiek, zoals depressie in een gesloten setting. Van haar heb ik veel geleerd over het omgaan met psychische kwetsbaarheid. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk om voorbereid te zijn op suïcidale uitspraken. In reguliere CooL-groepen komt dat zelden voor, maar hier moet je daar wel mee om kunnen gaan. Door persoonlijke ervaringen in mijn omgeving ga ik dat gesprek niet uit de weg.”
Wat was de aanleiding om een GLI-variant van CooL in de GGZ te ontwikkelen?
Nicolette: “Bij GGZ Drenthe krijgen alle patiënten bij intake en vervolgens jaarlijks een somatische screening. Daarnaast zien we bij ongeveer 60% van de GGZ-patiënten gezondheidsproblemen als gevolg van overgewicht. Bij deze doelgroep kan de gezondheid verder verslechteren door de aandoening zelf (bijvoorbeeld inactiviteit door een depressie) of door gewichtstoename als bijwerking van psychofarmaca. We wilden niet alleen blijven signaleren, maar ook actief behandelen via een leefstijlinterventie. De eerste onderzoeksresultaten lieten zien dat dit een gunstig effect had op het verminderen van psychische klachten en het verbeteren van de kwaliteit van leven. Dat was voor ons de reden om deze interventie ook in te zetten bij mensen met stemmingsproblemen in de huisartsenpraktijk.”
Wat sprak je aan in de GGZ-doelgroep? Waarom heb je meegedaan aan deze pilot?
Jorinde: “Ook in reguliere CooL-groepen zie ik veel deelnemers met psychische klachten. Die kant van leefstijl vind ik interessant. Deze pilot gaf mij de kans om hier dieper in te duiken, ook door samen te werken met Nicolette. Het programma was bovendien goed opgezet. Jammer genoeg is de subsidie inmiddels gestopt, maar als er nieuwe mogelijkheden komen, doe ik zeker weer mee.”
Hoe lang ben je al CooL-coach?
Jorinde: “Ik werk inmiddels ongeveer vijf jaar als CooL-coach. In die tijd heb ik elf reguliere groepen begeleid, en daarnaast drie CooL LIVES-groepen binnen deze pilot.”
Wat zijn de grootste verschillen met CooL regulier? Wat zijn de extra’s boven op het reguliere programma?
Nicolette: “Voor mensen met psychische problematiek is een intensieve eerste fase belangrijk, daarom kozen we voor wekelijkse bijeenkomsten. We starten met een intakegesprek waarin het persoonlijke doel centraal staat. Daar is gedurende het hele traject veel aandacht voor. Deelnemers volgen een vast programma, maar er is ruimte om hiervan af te wijken als dat nodig is.
Een belangrijk verschil is dat deelnemers een maatje meenemen vanaf het begin. Ook ontvangen ze een Fitbit, er zijn kooklessen met aandacht voor gezonde lunches en hapjes, en we besteden specifiek aandacht aan psychisch welzijn en het versterken van een positief zelfbeeld.
De financiering van het traject bestaat deels uit de reguliere CooL vergoeding. De extra bijeenkomsten, Fitbit en eerdergenoemde extra’s in het eerste kwartaal worden aangevuld met subsidies van Provincie Drenthe en ZonMw. Tegelijkertijd werken we toe naar een duurzame oplossing binnen de kaders van de GLI, bijvoorbeeld in de vorm van een GLI plus constructie, zodat dit aanbod in de toekomst structureel beschikbaar blijft.”
Jorinde: “De eerste achttien weken kwamen we wekelijks bij elkaar. Die intensiteit zorgde voor veel groepsbinding en onderlinge steun. Deelnemers deelden persoonlijke verhalen en leefden echt met elkaar mee.
Het meenemen van een maatje, zoals een partner of familielid, hielp de betrokkenheid te vergroten, al is dat soms lastig als iemand weinig netwerk heeft. We besteedden extra aandacht aan mentale gezondheid via opdrachten zoals mindful wandelen, het bijhouden van een witboek met positieve momenten en oefeningen rond zelfbeeld.
Daarnaast waren er metingen, zoals bloeddruk en aanvullende vragenlijsten over kwaliteit van leven. Die zie je normaal niet in een reguliere CooL groep. Alles bij elkaar maakt dat het programma intensiever en breder is opgezet, wat ook kon vanuit de aanvullende subsidiering.”
Hoe heb je je werkwijze aangepast voor deze doelgroep?
Jorinde: “Het reguliere CooL-basisprogramma kon ik grotendeels zelf invullen, maar de extra bijeenkomsten en opdrachten vanuit het onderzoek lagen vast. Wat ik echt aangepast heb, is mijn manier van begeleiden. Bij deze doelgroep moet je openstaan voor zwaardere thema’s, zoals depressieve en suïcidale gedachten. Daarvoor was ik voorbereid, onder andere via Nicolette, die uitleg gaf over het suïcideprotocol.
Ik probeer moeilijke onderwerpen niet te vermijden, maar juist ruimte te geven. Daarnaast merkte ik dat meer structuur en herhaling nodig zijn. Sommige deelnemers hebben moeite met plannen of onthouden, dus dan is het belangrijk om thema’s vaker terug te laten komen. Ik had ook meer individuele contactmomenten, vooral in het begin, vaak samen met het maatje. Dat draagt bij aan veiligheid en vertrouwen in de groep.”
Welke toekomst zie je voor CooL in de GGZ?
Nicolette: “De Cool GGZ-variant kan een belangrijke bijdrage leveren aan de grote groep mensen die zowel psychische als lichamelijke gezondheidsproblemen heeft. Voor een deel van de deelnemers leidt het traject tot zodanige verbetering dat verdere psychische zorg niet meer nodig is. Anderen starten na het programma in betere conditie met een GGZ-behandeling. Daarmee heeft het programma ook waarde tijdens wachttijden voor zorg.”
Jorinde kijkt met veel voldoening terug op de drie groepen die ze begeleidde binnen de pilot. Niet iedereen viel af, maar bij alle deelnemers verbeterde de kwaliteit van leven zichtbaar. “Eigenlijk gun je iedere deelnemer zo’n traject,” zegt ze. “Die wekelijkse bijeenkomsten en de band die ontstaat, maken echt het verschil. Zeker bij deze doelgroep, maar misschien wel voor iedereen.”
Ook Nicolette ziet potentie voor de toekomst: “We onderzoeken nu hoe we de extra bijeenkomsten duurzaam kunnen financieren. Als dat lukt, zullen we in de toekomst veel leefstijlcoaches nodig hebben met affiniteit voor deze doelgroep, die zich hierin willen laten scholen. De pilot in Drenthe heeft laten zien dat reguliere CooL-coaches dit werk prima aankunnen.”


