Sascha Rasquin is psycholoog, docent en gepromoveerd wetenschapper, en in opleiding tot psychotherapeut. Ze heeft een eigen praktijk en werkt daarnaast als docent aan de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog, bij ACT in Actie en aan de Open Universiteit. In haar werk maakt ze veel gebruik van ACT (Acceptance and Commitment Therapy) en ervaringsgericht werken. Haar benadering richt zich sterk op het doorleven van emoties en het leren omgaan met innerlijke onrust. In dit interview deelt ze haar inzichten over hoe om te gaan met deelnemers binnen leefstijltrajecten die angst ervaren, hoe je signalen bij deze deelnemers herkent en wanneer doorverwijzing noodzakelijk is.
Hoeveel mensen worstelen met angsten, zodanig dat het hen beperkt? Hoe vaak komt het voor?
“Volgens schattingen heeft tussen de 10 en 15% van de mensen een angststoornis. Dat betreft mensen met een formele diagnose. In de praktijk zie ik echter veel meer mensen die kampen met angstklachten. Zeker sinds corona merk ik dat mensen vaker geconfronteerd worden met onzekerheden en angst. Angst is natuurlijk een menselijke emotie, maar in sommige gevallen beperkt het mensen dusdanig dat het hun dagelijks functioneren belemmert.”
Welke signalen zijn er om te zien dat dit speelt bij een deelnemer?
“Ik onderscheid doorgaans drie soorten reacties: vechten, vluchten en ‘tend and befriend’. Mensen die zich terugtrekken (vluchten) laten vaak duidelijk zien dat ze last hebben van angst. De vechters overschreeuwen zichzelf en rationaliseren hun gevoelens, vooral wanneer kwetsbare onderwerpen aan bod komen. De ‘tend and befriend’-reactie zie je terug bij mensen die zich vooral op anderen richten. Ze zorgen voor anderen en vermijden daarmee hun eigen emoties. Deze groep is vaak niet gewend om stil te staan bij wat zij zelf nodig hebben. Coaches kunnen dit gedrag herkennen doordat deelnemers zich volledig richten op anderen en zichzelf wegcijferen.”
Hoe maak je het onderwerp laagdrempelig bespreekbaar in een leefstijltraject?
“Ik vermijd het woord ‘angst’ in eerste instantie, omdat dat voor veel mensen een zware lading heeft. In plaats daarvan gebruik ik woorden als ‘onrustig’, ‘ongemakkelijk’ of ‘opgejaagd’. Bij deelnemers die zich terugtrekken, helpt het vaak om te vragen of ze zich opgejaagd voelen. Deelnemers die zich juist op anderen richten, nodig ik uit om bij zichzelf stil te staan. Bijvoorbeeld door te vragen: ‘Wat gebeurt er nu bij jou?’. Het is belangrijk om als coach te benoemen wat je ziet, zonder oordeel, en de deelnemer de ruimte te geven om hierover te reflecteren.”
Wanneer kun je een deelnemer met angsten nog zelf goed begeleiden en wanneer verwijs je door? En naar wie verwijs je door?
“Als coach kun je al veel betekenen door angst bespreekbaar te maken en bewustwording te creëren. Wanneer iemand vastloopt, geen stappen zet en weinig veerkracht of flexibiliteit toont, dan is doorverwijzen noodzakelijk. In zulke gevallen is een psycholoog de aangewezen professional om zorg te bieden, zeker als er sprake is van diepgewortelde problematiek. Signalen zijn onder andere herhaalde gedragspatronen zonder vooruitgang, weinig eigenaarschap, of het steeds opnieuw overtuigen van de coach zonder zelf stappen te zetten. In sommige gevallen kan ook lichaamsgerichte therapie, zoals psychomotorische therapie, passend zijn.
Daarnaast is er een specifieke angst die ik vaak zie, namelijk de angst om te bewegen. Dit speelt vooral bij mensen die pijn ervaren of die geloven dat beweging hun lichaam beschadigt. Deze angst kan leiden tot vermijding en stagnatie. In zulke gevallen kunnen beweegprogramma’s die gebruikmaken van exposure, zoals die binnen pijnrevalidatie, helpend zijn. Daarin leren mensen juist hun angst te doorbreken door gecontroleerd en stap voor stap weer in beweging te komen.”
Stel dat je het zelf nog kunt behappen als leefstijlcoach, wat kun je doen?

“Twee waardevolle oefeningen zijn het benoemen van wat je ziet en het normaliseren van emoties. Angst hoort bij het leven, maar het is belangrijk hoe je ermee omgaat. Je kunt deelnemers helpen door hen te laten reflecteren: ‘wat gebeurt er nu met je, wat voel je, waar voel je dat in je lichaam?’ Laat ze die ervaring doorleven.
Vervolgens kun je werken met een keuzekaart: ‘wat heb jij op dit moment nodig?’ Op korte termijn lijkt iets als eten of televisiekijken prettig, maar op lange termijn dragen wandelen of rust nemen vaak meer bij aan het welzijn. Een keuzekaart kan hierbij helpen, door vooraf opties op te stellen waaruit iemand op moeilijke momenten kan kiezen. Dit helpt om bewustere keuzes te maken die bijdragen aan het lange termijn welzijn.”
Sascha benadrukt dat angst er mag zijn en dat het belangrijk is om te leren ermee om te gaan. Als leefstijlcoach kun je een cruciale rol spelen door het bespreekbaar te maken, ruimte te bieden aan emoties en cliënten te begeleiden in het maken van gezonde keuzes. Een keuzekaart met helpende acties kan daarbij een praktisch en krachtig hulpmiddel zijn. Zo ondersteun je deelnemers bij het versterken van hun zelfinzicht en het maken van duurzame keuzes.


