Vraag van de maand: Wat zijn lage gezondheidsvaardigheden?

22 mei 2025 | Algemeen, Nieuwsbrief

En waarom is dat niet hetzelfde als laaggeletterdheid?

Als je lage gezondheidsvaardigheden hebt, betekent dit dat je moeite kunt hebben met het vinden, begrijpen, beoordelen en toepassen van informatie over gezondheid. 

Laaggeletterdheid betekent moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen in het dagelijks leven.  Hierover publiceerden we vorige maand een uitgebreid kennisartikel met daarin een link naar een gratis elearning. Vaak is er overlap tussen lage gezondheidsvaardigheden en laaggeletterdheid maar niet altijd!

Wat betekent het in de praktijk?

Mensen met lage gezondheidsvaardigheden kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met:

  • Begrijpen van medische uitleg of gezondheidsadviezen
  • Signalen “lezen” van hun eigen lichaam
  • Gezonde keuzes maken rondom voeding, beweging of medicijnen
  • Goed voor zichzelf zorgen.

Hoe kan zich dat uiten bij jouw deelnemers?

  • Communicatieve signalen: vage of ontwijkende antwoorden, overal ‘ja’ op zeggen, geen vragen stellen.
  • Problemen met lezen of schrijven: niet of onvolledig invullen van resultaatmeting, moeite met begrijpen van folders en etiketten.
  • Gedragsmatige signalen: niet of te laat naar afspraken komen, afgesproken acties niet of niet juist uitvoeren, geen regie pakken.
  • Inhoudelijke signalen: moeite met begrijpen van basisbegrippen als bloeddruk of calorieën, onjuiste opvattingen over gezondheid en ziekte.

Gevolgen kunnen zijn:

  • Minder gebruik maken van preventie
  • Slechtere gezondheid
  • Meer uitval
  • Stress of onzekerheid 
  • Uitstel van noodzakelijke zorg

Wat kun je doen als je vermoed dat je deelnemer lage gezondheidsvaardigheden heeft?

Er zijn verschillende wetenschappelijk gevalideerde vragenlijsten om dit te toetsen maar in de praktijk zijn die relatief lang en houden niet altijd rekening met de context van de deelnemer. Je zou daarom ook kunnen werken met een aantal eenvoudige intakevragen die impliciet gezondheidsvaardigheden meten, zoals: “Hoe pak je het meestal aan als je iets nieuws wilt leren over gezondheid?” en “Wat doe je als je een bijsluiter of folder niet begrijpt?”

Wat kun je doen als je al hebt vastgesteld dat je deelnemer lage gezondheidsvaardigheden heeft?

  • Nodig je deelnemer herhaaldelijk uit om vragen te stellen.
  • Geef niet alleen uitleg maar stel zelf open vragen.
  • Vermijd jargon, hou uitleg eenvoudig en maak waar mogelijk gebruik van visuele hulpmiddelen (picto’s, schema’s, plaatjes).
  • Laat je deelnemer af en toe iemand meenemen (partner, zoon/dochter, begeleider), bijvoorbeeld bij de individuele gesprekken.
  • Bespreek bronnen met betrouwbare informatie zoals thuisarts.nl of apotheek.nl.
  • Maak in je gesprekken gebruik van de terugvraagmethode (zie ook werkvorm 102).