CooL: van toen naar nu

22 mei 2024 | Algemeen

Het CooL-programma is 10 jaar geleden in pilotvorm van start gegaan. Vanuit verschillende organisaties is in het prille begin hard gewerkt om de CooL-pilot tot een succes te maken. Samen met een aantal kartrekkers blikken we terug en vooruit, ieder vanuit zijn eigen rol en perspectief.

We beginnen met een kort voorstelrondje van deze kartrekkers…

Meijke van Herwijnen, directeur van de opleiding Leefstijlcoach Zorg en Welzijn, mede-oprichter en eerste voorzitter van de BLCN in de tijd van de CooL-pilot.

Madelon Johannesma, afdelingshoofd Wetenschappelijk Onderzoek binnen Zuyderland Medisch Centrum en als innovatiemanager betrokken bij het initiatief om de CooL-pilot te starten.

Yneke Kootstra, directeur van de Academie voor leefstijl en gezondheid, mede-initiatiefnemer van de CooL-pilot.

Renate Boudewijns, coördinator leefstijl bij ZoHealthy en ten tijde van de CooL-pilot werkzaam als uitvoerend leefstijlcoach.

… de CooL-pilot begint met ideevorming

Yneke schetst de aanloop naar de pilot: “In 2012 op 23 maart, een week voordat de derde groep studenten zou starten, organiseerde de Academie voor leefstijl en gezondheid een minisymposium met sprekers Frank van Berkum en Jaap Seidell met aandacht voor de kosteneffectiviteit van leefstijlbegeleiden en de rol van de obesogene omgeving. Tot die tijd werd obesitas toch vooral als een individueel probleem gezien. Tussen de genodigden waren diverse zorgverzekeraars. Een week na het symposium zocht Geert van Hoof van CZ contact. Hij zag de leefstijlcoach wel binnen zijn plannen zitten en wilde werken aan een pilot.” 

Madelon vult aan met: “Vanuit de functie als innovatiemanager heb ik gezocht naar mogelijke ondersteuning bij leefstijlproblematiek die vanuit het verzekerde pakket gefinancierd konden worden. In samenwerking met een aantal partijen is daar uiteindelijk een leefstijlcoach uit naar voren gekomen.”

… de aanloop naar de CooL-pilot

Yneke schetst de lange adem om tot de pilot te komen: “In de jaren daarna werd er gewerkt aan een onderzoeksplan en hoe een traject door een leefstijlcoach eruit zou moeten zien bij begeleiding van obesitas. Met mijn praktijkervaring, en de onderzoekservaring van prof. Stef Kremers, onderzoeker en ontwikkelaar van Beweegkuur, werd een traject samengesteld waarin de haalbaarheid werd getoetst met de feedback van de zorgverzekeraars.” 

Renate was er vanaf het begin als leefstijlcoach bij betrokken: “In 2013 had ik het papiertje als leefstijlcoach op zak. Nog zonder een plan wat ik er mee wilde gaan doen. Vanuit de Academie voor leefstijl en gezondheid (AVLEG) kwam de oproep welke afgestudeerde leefstijlcoach deel wilde nemen aan een pilot in de leefstijl. Bleek deze pilot ook nog op de hoek van de straat, bij zorggroep Zorroo, plaats te gaan vinden. Tja, als het zo dichtbij komt, kan je deze kans niet laten gaan.”

Madelon vertelt over het belang van een goede wetenschappelijke onderbouwingOm wetenschappelijk onderbouwing te verzamelen rondom de organisatie en tevredenheid van deelnemers en zorgverleners, is hier een wetenschappelijk traject van 4 jaar op gezet. CooL werd geboren!” 

… een boel regelwerk in de opstartfase

Yneke vertelt over de pilotcoaches: “Onder afgestudeerde leefstijlcoaches van de Academie voor leefstijl en gezondheid werd een groep pilotcoaches geworven die niet alleen groepen deelnemers coachten maar ook meedachten over de invulling van het traject.”

Meijke blikt terug op het belang van de beroepsvereniging: “We hebben de BLCN onder meer opgericht omdat de zorgverzekeraars voordien geen manier zagen om de kwaliteit van leefstijlcoaches te borgen. Daardoor kon het proces niet worden ontworpen om de GLI (en specifiek het CooL-programma) te vertalen naar een zorgproduct dat vergoed kon worden vanuit de zorgverzekering. Als eerste voorzitter van de BLCN heb ik aardig wat uren om de tafel gezeten met allerlei mensen en partijen om het wiel uit te vinden: hoe zorgden we dat er een competentieprofiel kwam, hoe verhield de leefstijlcoach zich tot andere beroepen zoals diëtisten, fysiotherapeuten en oefentherapeuten, hoe vergoed je een groepsprogramma binnen de zorgverzekering en hoe bepaal je daar een passend tarief voor, hoe moest er getoetst worden of een leefstijlcoach terecht declareerde?” 

Renate vertelt over de totstandkoming van het programma: “Samen met Nicole Philippens zaten we aan de keukentafel van Yneke Kootstra (AVLEG), de eerste aanzet te schrijven voor CooL. Bij Zorggroep Zorroo stond leefstijl hoog op de agenda. Dit zorgde ervoor dat de huisartsen in de regio Oosterhout door konden verwijzen voor de GLI CooL. 

… en dan gaat CooL echt van start

Renate kan het zich nog levendig herinneren: “En dan ineens, heb je een groep bij elkaar en kan je (met zwetende handjes 😉) de eerste groepsbijeenkomst gaan geven. Gelukkig kwam er al snel versterking van meerdere coaches uit andere regio’s. Samen konden we het programma verdere ontwikkelen. Een super leerzame tijd.”

… en ontwikkelt door naar een programma in de basiszorg!

Madelon kijkt er met plezier op terug: “De resultaten bleken positief en duurzaam voor de langere termijn. Dit onderzoek heeft ertoe geleid dat in 2019 leefstijlcoaching onderdeel werd van het basispakket. CooL kon gaan groeien. Een mooie stap in de goede richting. Een resultaat waar ik samen met alle partijen die hieraan hebben meegeholpen trots op ben.”

En Meijke stipt de wijziging in de rol van Ester en Nicole aan: “En natuurlijk was toen ook een belangrijk vraagstuk hoe het CooL-programma een ‘thuisbasis’ kreeg. Nicole en Ester namen in mijn ogen een moedig besluit om daar hun schouders onder te zetten. Ze waren CooL-coaches van het eerste uur, maar een interventie onderhouden en door ontwikkelen is echt een andere taak.”

… en nog steeds zijn een aantal kartrekkers van het eerste uur (zijdelings) betrokken bij de GLI

Yneke verwoordt hoe ze als opleider meebeweegt met de GLI: “De GLI ontwikkelt zich en dat maakt dat wij nauw contact houden met GLI-eigenaren om de te ontwikkelen competenties bij de studenten aan te passen. Daarnaast maak ik me nog steeds sterk voor het opnemen van de competenties ‘werken met groepen’ in alle opleidingen. Het is toch vreemd dat leefstijlcoaches dit niet standaard in hun opleiding hebben wanneer ze de GLI mogen uitvoeren?”

En voor Renate is de GLI vrijwel dagelijkse kost: “Vanuit ZoHealthy ondersteunen en ontzorgen we ruim 150 leefstijlcoaches in het land. Ik richt mij vooral op kwaliteitsbevordering van de leefstijlcoach. Denk hierbij aan het organiseren van scholingen en trainingen vanuit de behoefte van de leefstijlcoach.”

… waarbij anderen inmiddels meer afstand hebben tot de GLI en terugblikken 

Meijke is positief over de aandacht voor onderzoek en doorontwikkeling: “Wat ik mooi vind, is dat er nog steeds continu onderzoek gedaan wordt naar wat het CooL-programma effectief maakt en hoe dat versterkt kan worden. Er is een grote ondersteunende bibliotheek met materialen, werkvormen en achtergronden. De groep professionals die CooL uitvoert is gegroeid en diverser geworden. Er zijn natuurlijk veel meer opleiders en voor diëtisten, fysiotherapeuten en oefentherapeuten is het nu ‘gewoon een gegeven’ dat je ook CooL kunt aanbieden als je je vak als leefstijlcoach in de breedte wilt uitvoeren.” 

… het is belangrijk om te blijven doorontwikkelen

Meijke benoemt het jonge vakgebied van leefstijlcoaching: “Door de grotere en bredere groep uitvoerders is het ook een uitdaging om met elkaar te bewaken wat de kern van CooL is. Het is een open interventie, maar dat betekent niet dat je ‘gewoon je eigen ding doet’ en daar het label ‘CooL’ op plakt. Er zijn doelstellingen, effectieve elementen en best practices. Maar tegelijkertijd weten we nog lang niet genoeg. Leefstijlcoaching is nog een heel jong vakgebied en ook een complex vakgebied, dat het hele systeem moet meenemen waar een deelnemer in leeft. En dat in een omgeving waar iedereen wordt overvoerd met (ongezonde) prikkels. Het is heel gemakkelijk om dan te roepen dat ‘leefstijlcoaching niet werkt’ en dat wordt ook gedaan. Onterecht, want er zal nooit een moment zijn dat we kunnen zeggen: “Jongens, rotzooi maar wat aan met je leven, dan repareren we alles zo lang mogelijk met technologie, medische ingrepen en medicatie. Wat mij betreft vraagt dit van CooL, de GLI en de leefstijlcoach volharding, een lerende mindset en relativeringsvermogen. Je kunt het niet ‘even oplossen’, maar we zullen met zijn allen echt een andere en betere leefstijl moeten ontwikkelen. CooL als erkende GLI is één van de beste ondersteunende opties die tot nu toe zijn ingericht in ‘het systeem’ en daar moeten we op voortbouwen.”

En Madelon stipt het belang van samenwerken aan: “Meer domein overstijgende samenwerking en een bijpassende integrale domein overstijgende bekostiging. Leefstijlcoaching is eerstelijnszorg en wordt daardoor ook bekostigd uit de koker van de eerste lijn. De doelgroep, mensen met leefstijlproblematiek, bevinden zich in alle lagen en iedere lijn die bestaat. Het samenwerken en doorverwijzen naar elkaar kan beter. Ik verwacht hierdoor een groter bereik, dus toename aan deelnemers, met als gevolg een toename van de positieve effecten van leefstijlcoaching.”

… en gedegen onderzoek kan daarbij helpen

Meijke benoemt het als volgt: “Het CooL-programma heeft zich de afgelopen jaren steeds ontwikkeld op basis van gedegen onderzoek. Nicole en Ester hebben regelmatig geworsteld met kritiek op leefstijlcoaching en de GLI, die vaak niet op de volledige feiten gebaseerd was, maar ze zijn zelf steeds vanuit de feiten blijven reageren en leren. Het onderzoek dat gedaan wordt, zorgt voor aanvullende informatie over wat werkt en waarom.”

… en wat zijn dan de successen van CooL vanuit ieders perspectief? 

Yneke benoemt de eigenheid van CooL: Ik denk dat CooL de interventie is die het dichtst staat bij wat we in 2008 voor ogen hadden toen we startten met de Academie voor leefstijl en gezondheid: één aanspreekpunt die naast de deelnemers staat en coachend de mensen zelf aan het werk zet. Daarbij is het belangrijk dat het programma de vrijheid biedt om binnen de gestelde kaders een eigen invulling te geven om nog beter de groep te bedienen. Zo maakt CooL het mogelijk om met specifieke patiëntengroepen aan de slag te gaan en ik vind dat een succes!”

Renate ziet CooL als een stevige solide basis: “CooL is een mooie basis om door te ontwikkelen. Denk aan specialisatie voor specifieke doelgroepen, waardoor je de begeleiding beter kan afstemmen op de behoefte van de deelnemer.”

Meijke geeft aan welke grote denkstappen er al zijn gezet sinds de beginjaren: “Door het bestaan van de GLI heeft het werken aan een gezonde leefstijl landelijk een kern gekregen en dat is voor een groot deel te danken aan de interventie-eigenaren. Het onderwerp leefstijl is ook verbreed. Toen de GLI in het basispakket kwam, ging het steeds over ‘voeding, bewegen en gedragsverandering’. Vanuit CooL en de BLCN bleven we maar herhalen: “Vergeet nou stress, ontspanning en slaap niet! Die zijn net zo belangrijk en hebben een wisselwerking met voeding en bewegen.” Dat vindt nu iedereen heel vanzelfsprekend. Dat is dus in relatief korte tijd bereikt. Nog afgezien van het besef dat gedragsverandering niet een los onderwerp is. Leefstijl gaat continu over gedrag, of je het nu hebt over je dag indelen, je maaltijd samenstellen, omgaan met je geld of je sociale omgeving.
Duizenden deelnemers door het hele land hebben in het CooL-programma dingen geleerd over hun eigen gewoontes. Bij een deel van hen heeft dat een blijvend gewichtsverlies als gevolg. Anderen komen er minder door aan dan ze anders hadden gedaan. Weer anderen ontdekken vooral hun vastlopers en hebben meer tijd of hulp nodig om daar doorheen te komen. En natuurlijk is er ook een groep die afhaakt. Bij een programma waar je ‘gratis instapt’, kun je ook ‘gratis uitstappen’. Eén van de opbrengsten van tien jaar CooL is dat daar ook beter over nagedacht wordt. Hoe motiveer je mensen, of hoe sluit je beter aan bij wat hen motiveert?”

Madelon blikt vooruit: “Toekomstig succes van leefstijlcoaching zitten in het verder door ontwikkelen van processen binnen de domein overstijgende samenwerking, het leveren van maatwerk, en het bereik verhogen van mensen die écht ondersteuning nodig hebben. Simpele kleine stapjes geven een groot effect!  Ik gun iedereen de ervaring van het leren zetten van deze kleine stapjes, een groter bereik kan hieraan bijdragen. Het structureel kunnen doorverwijzen van patiënten in de 2e lijn, mogelijk via leefstijlloketten, naar de eerste lijn zou een mooie volgende stap kunnen zijn naar de toekomst. We weten dat het kan, het is niet ingewikkeld, het is relatief goedkoop, dus ik zeg doen!”

NIEUWS

Ik meld mij aan voor de CooL Nieuwsbrief voor professionals: