
Riccardo D’Andolfi werkt als leefstijlcoach in de regio Den Haag en begeleidt inmiddels al zes jaar deelnemers binnen het CooL-programma. In dit interview vertelt hij over het belang van begrijpelijke taal en gezondheidsvaardigheden in zijn werk, en hoe hij daar dagelijks rekening mee houdt. Bijvoorbeeld in zijn groep met Poolse deelnemers die moeite hebben met de Nederlandse taal.
Wat betekent de term ‘gezondheidsvaardigheden’ voor jou als CooL-coach in de praktijk?
“Voor mij betekent het dat je weet hoe je goed voor jezelf kunt zorgen én dat je daar ook stappen in kunt zetten. Het gaat niet alleen om kennis, maar ook om de toepassing daarvan. Wat ik vaak zie, is dat mensen in het begin de oorzaak van hun gedrag buiten zichzelf leggen. Ze zijn moe, dus ze gaan zitten en eten iets, en denken dat ze daar niets aan kunnen doen. Het bewustzijn groeit gelukkig tijdens het programma, maar in het begin begrijpen mensen vaak niet goed waarom ze bijvoorbeeld zijn aangekomen of zich niet fit voelen.”
Hoe merk je dat deelnemers verschillen in hun vermogen om informatie over gezondheid te begrijpen en toe te passen?
“Ik heb bijvoorbeeld een groep met Poolse vrouwen. Daar moet ik heel bewust langzaam spreken en eenvoudige woorden gebruiken. Dan zie je meteen of iets wel of niet aankomt. Bij Nederlandstalige deelnemers let ik op non-verbale signalen, zoals glazig kijken of stil blijven. Soms ga ik na of ze het begrijpen door te vragen of iemand kan samenvatten wat ik heb uitgelegd. En ja, sommige deelnemers doen alsof ze het begrijpen, maar je merkt later dat ze het niet toepassen of anders hebben geïnterpreteerd.”
Welke signalen geven aan dat iemand moeite heeft met lezen, begrijpen of toepassen van gezondheidsinformatie?
“Soms zie je dat de hoeveelheid informatie te veel wordt. Dan geef ik aan het einde van de bijeenkomst mee: haal eruit wat jij interessant vond en vergeet de rest. Ook doe ik regelmatig een rondje waarin iedereen in één zin zegt wat hen is bijgebleven. Stilte in de groep of ontwijkende antwoorden zijn ook signalen. En soms kom je er pas achter in een individueel gesprek, bijvoorbeeld als iemand zegt: ‘ik mocht niet op dieet, dus ik heb alles gegeten wat ik wilde en nu ben ik vijf kilo zwaarder.’ Dan weet je dat de boodschap niet goed is overgekomen.”
Wat doe jij als coach om taal en informatie begrijpelijk te maken voor álle deelnemers?
“Ik let in mijn presentaties op het vermijden van moeilijke woorden. Bijvoorbeeld het woord ‘valkuil’ leg ik uit als: ‘daar kan het misgaan’. Ook gebruik ik ondersteunende filmpjes, zoals een eenvoudige animatie over stress. Voor mijn Poolse groep heb ik zelfs mijn presentaties in het Pools vertaald. Ik praat in het Nederlands, maar zij kunnen op het scherm meelezen. Daarnaast vermijd ik vakjargon, Engelse woorden en houd ik zinnen kort en duidelijk.”
Kun je een voorbeeld geven van een moment waarop begrijpelijke taal echt het verschil maakte voor een deelnemer?
“In de eerste bijeenkomst vraag ik deelnemers om doelen op te stellen. Vaak zeggen ze dan: ‘ik ga meer bewegen’ of ‘minder eten’. Maar ‘meer’ en ‘minder’ zijn te vaag. Dan help ik hen het concreet te maken, bijvoorbeeld: ‘ik ga twee keer per week een kwartier wandelen’. Zelfs als iemand zegt: ‘ik begin met één appel per week’, dan is dat prima. Het gaat erom dat het haalbaar en meetbaar is.”
Gebruik je hulpmiddelen of werkvormen om deelnemers met beperkte gezondheidsvaardigheden te ondersteunen?
“Ik verwerk regelmatig oefeningen in de bijeenkomsten. Denk aan werkvormen uit de kennisbank, zoals een spel met suikerklontjes of het inschatten van de intensiteit van verschillende beweegvormen. Zo maak je onderwerpen tastbaar en kun je het gesprek makkelijker op gang brengen.”
Wat zou je andere leefstijlcoaches willen meegeven over het omgaan met verschillen in gezondheidsvaardigheden?
“Laat je niet leiden door iemands uiterlijk of accent. Soms zie je iemand die er heel netjes uitziet en denk je: ‘die weet het wel’ en dat blijkt dan helemaal niet zo te zijn. En andersom ook. Stel controlevragen en accepteer dat deelnemers niet alles hoeven te onthouden. Eén inzicht uit een bijeenkomst kan al genoeg zijn. Ik zeg altijd: onthoud wat jij interessant vond en ga daarmee aan de slag”.


