Vraag van de maand: Hoe neem ik mijn deelnemers mee in de invloed van de seizoenen op leefstijl?

16 april 2026 | Algemeen

Het “leven met de seizoenen” vertalen naar leefstijl betekent dat je deelnemers helpt bewust te worden van natuurlijke ritmes en die koppelt aan hun leefstijlgedrag. Denk bijvoorbeeld aan voedings- en beweeggedrag en de mate waarin ze energie en rust ervaren. De sleutel is: eerst ervaren, dan begrijpen, om uiteindelijk nieuwe kennis en vaardigheden toe te passen. Hieronder een praktische aanpak.

1. Start met bewustwording: laat deelnemers eerst voelen en ervaren i.p.v. direct theorie te geven.

Werkvormen die hierbij passen:

  • Laat deelnemers per seizoen woorden opschrijven: welke energie, stemming, behoeften passen er bij elk seizoen?
  • Stel een reflectievraag: “Wanneer in het jaar voel jij je het meest actief / juist teruggetrokken?”
  • Doe eventueel een korte visualisatie: door de vier seizoenen heen. Bijvoorbeeld: “Het is lente, het is fris buiten, de eerste zonnestralen voelen lekker aan. Je ruikt het gras en voelt zin om naar buiten te gaan.” “Het is zomer, in de ochtend voel je de warmte van de dag al opkomen.” etc. 

Doel: laat deelnemers herkennen /ontdekken dat zij zelf al behoorlijk “seizoensmatig” leven ook al zijn ze zich daar niet altijd van bewust.

2. Maak een koppeling met  de universele leefstijlprincipes per seizoen: de seizoenen hebben invloed op je gedrag en gevoel. Deze invloed is voor veel mensen universeel en staat symbool voor de insteek van gedrag in de seizoenen. Koppel de seizoenen aan deze leefstijlprincipes en vertaal dit principe vervolgens naar concrete leefstijlthema’s en acties.

  • Zo staat lente  voor opbouw en groei. Hierbij hoort: nieuwe gewoontes starten, lichtverteerbare voeding en meer beweging opbouwen.
  • Kan je zomer associeren met energie en uitbreiding. Hierbij hoort: actief zijn, sociaal, buiten leven en maximaal profiteren van gunstige omstandigheden.
  • Staat in de herfst loslaten en vertragen centraal. Hierbij hoort: reflectie, routines aanscherpen en weerstand verhogen.
  • En is winter het seizoen van rust en herstel. Hierbij hoort: vertraging, slaap, introspectie en centraal staan van herstel.

3. Maak persoonlijk en toepasbaar: laat deelnemers hun eigen vertaling maken van wat ze hebben geleerd.

Dat kan het best met concrete opdrachten en tools:

  • “Wat heb jij nodig in de winter versus de zomer?”
  • “Welke leefstijlgewoonte past bij jouw lente-fase nu?”
  • Gebruik een seizoensreflectiekaart (met 4 kwadranten). Voor inspiratie zie ook werkvorm 149 ‘Je leefstijl, een heel jaar rond’.
  • Laat deelnemers een persoonlijk energie-dagboek bijhouden.
  • Het opstellen van mini-doelen per seizoen kan een paar keer per jaar herhaald worden.

4. Integreer in dagelijkse praktijk: zorg dat het geen “mooi idee” blijft.

  • Laat ze 1 kleine seizoensactie kiezen (bijv. in de winter ga ik eerder naar bed).
  • Werk met check-ins per seizoen.
  • Bespreek weerstand: “Waarom is vertragen lastig?”

Gedrag verandert pas als het klein én concreet én herhaalbaar is.