Heb je een vraag?

Spotlight on…

Je bent hier:

Sascha van der Venne

Deze maand vertelt leefstijlcoach Sascha van der Venne van SAAZ Leefstijlpraktijk Uden over haar ervaring met deelnemers die ook een GGZ-traject volgen. Ze start deze maand haar zesde CooL-groep en is daarnaast onder anderen actief voor ketenzorgpatiënten in het programma ‘Totaalaanbod Bloeddruk en Leefstijl’ en als Stoppen-met-rokencoach.

Heb jij dan zoveel deelnemers uit de GGZ?
“Minimaal een derde van de deelnemers van al mijn groepen zit of zat ook in een GGZ-traject. Dit kan gaan om een persoonlijkheidsstoornis zoals OCD (dwangmatige controle, red.), maar ook een verslaving, depressiviteit of suïcidale gedachten komen regelmatig voor. Ik ontvang vaak verwijzingen voor patiënten met een chronische aandoening en werk vanuit in ketenzorgverband veel samen met Zorggroep Synchroon. Doordat ik de praktijken weet te vinden en meerdere praktijkondersteuners al ken, is het ook gemakkelijker om de POH-GGZ te benaderen. Deze samenwerking is erg waardevol.”

Wat vind jij belangrijk bij de begeleiding van deze groep deelnemers?
“Door tijdens de intake al de juiste vragen te stellen en goed te luisteren. Hiermee kun je vaak de gradatie van de eventuele aandoening al signaleren. En – misschien wel nóg belangrijker – je moet allereerst de problemen die iemand verwoordt onvoorwaardelijk accepteren. Als je dat doet, voelt iemand zich gehoord, kun je vertrouwen opbouwen én aansluiten bij de belevingswereld van de deelnemer. Daarbij vind ik het zelf belangrijk om ook basiskennis van het type aandoening of medicatie te hebben. Je bent geen specialist, maar hierdoor kun je wel beter schakelen, signaleren haalbare doelen stellen en wanneer nodig doorverwijzen naar de juiste zorgprofessional.”

Wanneer kies jij ervoor om een deelnemer niet te laten starten?
“Als ik merk dat een deelnemer – zowel uit de GGZ of daarbuiten – niet zelfredzaam genoeg is. Het type psychische aandoening maakt in principe niks uit, maar het gaat erom of de persoon een stukje eigen regie kan nemen om tot verandering te komen. Of wanneer ik signaleer dat de energie zo laag is en denk dat de GLI nog een brug te ver is. Ik overleg dan eerst met de huisarts, specialist of POH-GGZ”.

 Wat is jouw gouden tip voor CooL-coaches die ook veel GGZ-deelnemers hebben?
“Besef dat deze deelnemers vaak nog kwetsbaarder zijn en zorg dat ze zich vooral thuis voelen in de groep. Focus je in het begin echt op vertrouwen kweken en empathie. Lees je in over de aandoening en accepteer het volwaardig. En zoek de samenwerking met de GGZ op zodat deze zorgprofessionals ook goed weten wat de GLI is en wat deze interventie inhoudt. Zij kunnen naar jou als CooL-uitvoerder verwijzen en jij kan hen opzoeken.”

Wat zijn jouw plannen met CooL?
“Met mijn praktijk zit ik onder meer een dag per week bij verschillende huisartsen in Uden, Medipark. Vanuit daar en in samenwerking met de zorggroep en het ziekenhuis Bernhoven wil ik nog meer de samenwerking aangaan binnen andere specialismes in de ketenzorg. Daarnaast hoop ik met andere CooL-coaches in de regio een platform te vormen om ook op die manier beter samen te werken. Maar vooral om er met elkaar voor zorgen dat CooL in de regio goed draait.”

Inhoudsopgave